Mijn ervaring in Makeni Ecumenical Centre

Dinsdag 5 januari arriveerde ik samen met twee studiegenootjes in Lusaka.

Na twee dagen een beetje acclimatiseren en wennen aan de geheel andere cultuur, ben ik door Steve (Graham) opgehaald en naar het Makeni centrum gebracht. Natuurlijk was dat even wennen, omdat ik er ineens alleen voor stond. Maar na een paar weken was dit een heel ander verhaal. Ik begon de kinderen steeds beter te kennen en ik begon me ook steeds meer thuis te voelen.  De reden voor mijn bezoek aan het weeshuis was niet in de eerste instantie niet om vrijwilligerswerk te doen, maar om mijn eindonderzoek van mijn studie, culturele antropologie, te doen. Mijn onderzoeksgroep waren puber weesmeisjes, dus meiden van dertien jaar en ouder. En Makeni was de uitgekozen plek om heen te gaan, want acht van de meiden hadden deze leeftijd. Voor mijn onderzoek was het de bedoeling om zoveel mogelijk in het leven van deze meiden mee te draaien. En gelukkig hadden de meiden en de mensen die in het weeshuis werkten hier geen problemen mee. En was ik het grootste gedeelte in de aanwezigheid van de meiden. Hierdoor heb ik meer tijd doorgebracht met de meiden dan met de andere kinderen. Maar ik heb geprobeerd om uiteindelijk aan alle kinderen aandacht te besteden en met iedereen iets leuks te ondernemen en volgens mij is dat ook zeker gelukt.                                                                                                                                                                          Overdag zaten de kinderen natuurlijk op school, dus dan had ik tijd voor andere dingen. In de morgen gaf ik aan een aantal van de jongere kinderen computerles, vooral een van de jongens vond dit altijd geweldig en hij was ook erg leergierig. Maar zijn moesten om 12 uur naar school, dus dan bracht ik vooral tijd door met de aunties en met ‘baby’ Nicholas. Met hem probeerde ik zoveel mogelijk te oefenen om te lopen. Helaas is het me niet gelukt om hem te leren lopen in de drie maanden, maar veel van de kinderen oefenen ook met hem nu en hij vindt het ook leuk om te oefenen. Na de lunch ging ik meestal naar school om daar gymles te geven. Helaas was dit vaak niet mogelijk vanwege de regen. Het was namelijk regenseizoen en vooral vanaf midden februari begon de hoeveelheid water echt een probleem te worden. Het veld waar de kinderen normaal konden voetballen of andere sportactiviteiten konden doen, stond bijna geheel onder water, dus daar konden we geen gebruik van maken. Ook regende het vaak rond het middaguur, dus dan was het ook geen optie om te gaan gymmen. Het regenseizoen zorgde ook voor wat andere problemen, het huisje waar ik verbleef was op een gegeven moment niet meer te bereiken zonder rubberen laarzen. En ‘s nachts hoorde ik niet alleen het vertrouwde geluid van de krekels en vleermuizen, maar daar kwam ook ineens het geluid van kikkers bij. De regen was af en toe best lastig, maar als je goed voorbereid bent (altijd een paraplu mee en kaplaarzen voor het geval dat), dan is er niks aan de hand. Wat ook erger werd door de regen, was het aantal muggen. Aan het begin van het regenseizoen waren er al veel muggen, maar met al die regen leek het aantal wel verdubbeld. Maar ook hier gold weer; als je goed bent voorbereid (lange broek, trui en muggenspul) is er weinig aan de hand.                                                                                                                                                                                                                                          

De kinderen kwamen meestal rond 15.30 terug van school en dan hielp ik de kinderen met hun huiswerk, gingen we sporten of maakten we een wandeling. Al snel werd het duidelijk dat de kinderen het liefst “for a walk” gingen en dit vroegen ze me dan ook dagelijks. Als het weer het toe liet, gingen we een stuk wandelen. Na de wandeling was het vaak tijd om te gaan eten, zo rond 18u en na het eten werd er gebeden en nadat alles opgeruimd was, gingen de kinderen naar hun kamer. Rond 19.30/20.00 keerde de rust weer terug in het weeshuis en gingen de kleine kinderen slapen en de grotere waren vaak nog bezig met hun huiswerk of aan het kletsen met elkaar. De drie maanden zijn voorbij gevlogen, wat betekende dat ik het toch wel ontzettend naar mijn zin had. Dit kwam voor het grootste gedeelte door de kinderen van het weeshuis. Zij accepteerden mijn voortdurende aanwezigheid en we hadden veel lol met elkaar. De kinderen zorgden ervoor dat ik tot een grote familie behoorde en voor een tijdje voelde het dan ook als een soort thuis. Het was dan zeker even slikken toen ik afscheid moest nemen en weer terug naar Nederland moest. Maar er is een tijd van komen en een tijd van gaan, en ik kan terugkijken op een geweldige drie maanden.

 

Rosalie van Es 2010